Onze behandelingen

We behandelen alle gewrichten
Heup

Heup _gewricht
Het team van de Orthopedie bestaat uit ervaren orthopeden. Jaarlijks voeren zij zo’n 850 prothese-operaties per jaar uit.

Zij voeren de volgende behandelingen uit:

Het heupgewricht is een kogelgewricht: kop en kom passen precies in elkaar. De heupkom is onderdeel van het bekken. Het bekken biedt bescherming aan inwendige organen en fungeert als ‘kapstok’ voor buik- , bil- en been spieren. De heupkop is de bol van het gewricht en maakt deel uit van het dijbeen.

Kraakbeen

Zowel kom (‘acetabulum’) als kop zijn bedekt met kraakbeen dat werkt als glijlaag van het gewricht. In combinatie met het gewrichts(smeer)vocht zorgt dit ervoor dat het heupgewricht vrijwel zonder wrijving beweegt. Aan de rand van de heupkom bevindt zich een kraakbeenring (‘labrum’), die het dragend oppervlak van de heupkom vergroot maar vooral functioneert als afsluitring om de gewrichtsvloeistof in het gewricht te houden.

Kapsel

Rond het heupgewricht zit een zeer stevig gewrichtskapsel. Dit zorgt ervoor dat de kop in de kom blijft. Aan de binnenkant van het kapsel bevindt een dun laagje slijmvlies dat het gewrichtsvocht produceert en het gewricht voedt. Het heupgewricht laat grote beweeglijkheid toe.

Spieren

Rond het heupgewricht bevinden zich vele spieren. Naast het bewegen van het been dragen deze actief bij aan de stabiliteit van het gewricht. De belangrijkste heupspiergroepen zijn: de extensoren, de abductoren en de exorotatoren.

Extensoren

Extensoren zijn bovenbeenstrekkers. Vooral de grote bilspier of gluteus maximus. De extensoren gebruik je met name bij het opkomen uit een zittende positie zoals het opkomen uit een stoel, auto of toilet.

Abductoren

De abductoren zwaaien het bovenbeen naar buiten zwaaien. Vooral de middelste bilspier of gluteus medius. De abductoren stabiliseren het bekken bij het lopen. Bij een zwakte van deze spieren onstaat een typisch en hinderlijk waggelend looppatroon (Trendelenburg gang).

Exorotatoren

De exorotatoren (die het bovenbeen naar buiten draaien) o.a. piriformis spier. De exorotatoren stabiliseren de heup.

Slijtage

De functie van de heup is het dragen en voortbewegen van het lichaam. Hierbij komen er weliswaar grote krachten op het gewricht en kraakbeen te staan, maar de meest voorkomende oorzaak voor het ontstaan van slijtage van de heup (coxartrose) is een vormafwijking of afwijkende passing van de kop in kom zoals heupdysplasie of heup-impingement.

Operatie

De meest anatomische manier om het heupgewricht te bereiken voor operaties is tussen de spieren door zonder deze los te snijden van het bot. Zo wordt het minst beschadigd, kan de revalidatie het vlotst verlopen en is het eindresultaat het best.

Voor de heup kan dit het best via de voorzijde van het heupgewricht, omdat het gewricht hier direct onder de spieren ligt. De heup wijst als het ware naar voren: zie ‘voorste benadering’ van de heup en informatie voor fysiotherapeuten.

Knie

MeniscusEen soort levende versnellingsbak, zo functioneert de knie eigenlijk. In de loop van de groei en (sport-)carrière past de knie zich aan de belasting ervan aan.

In de ideale situatie is er altijd een vorm van evenwicht tussen krachten die op de knie inwerken en de sterkte van de kniestructuren. Dat geldt ook voor de aanmaak en afbraak van de knieweefsels.

Stabiliteit

Met de knie wordt ook vaak het gebied bedoeld van het been dat het gewricht insluit en steunt, dus ook het omliggend weefsel. De bewegingen van de knie verlopen soepel door middel van kraakbeen. Het dunne elastische weefsel, kraakbeen, beschermt het bot en zorgt dat de gewrichtsvlakken gemakkelijk over elkaar kunnen glijden. Men kan twee soorten gewrichtskraakbeen onderscheiden in de knie, namelijk: fibreus kraakbeen (meniscus) en hyalien kraakbeen.

De voor-achterwaartse stabiliteit in het kniegewricht wordt vooral bereikt door kruislingse banden (de kruisbanden) die boven- en onderbeen verbinden. De zijwaartse stabiliteit wordt gewaarborgd door de collaterale banden. Een soepel scharnieren van bovenbeen ten opzichte van het onderbeen wordt bereikt doordat de knie omvat is in een kapsel en door de aanwezigheid van kraakbeenschijven tussen de scharnierende botdelen (de menisci).

Slijtage

Dit kraakbeen slijt met de jaren, maar ook door belasting. Kraakbeen heeft slechts een gering vermogen om zichzelf te herstellen, doordat er in dit weefsel geen bloedvaten aanwezig zijn die voor de stofwisseling zorgen. Een groot deel van het herstelweefsel zal uit fibreus kraakbeen ontstaan. Fibreus kraakbeen is van mindere kwaliteit dan het hyaliene kraakbeen. Hierdoor zullen na verloop van tijd opnieuw scheurtjes en barsten in het kraakbeen ontstaan.

Behandelingen

Schouder & elleboog

De schouder is het meest beweeglijke gewricht van het lichaam. Als onderdeel van een keten van gewrichten, spieren en banden, laat de schouder de arm ten opzichte van het bovenlichaam bewegen.

De keten van gewrichten, spieren en banden (ligamenten) noemen we tezamen de schoudergordel. Het is één van de meest complexe gewrichten van ons lichaam.

De schoudergordel bestaat uit:

Gewrichten

Schouder

Het gewricht tussen het sleutelbeen (clavicula) en het borstbeen (sternum). Sternoclaviculair gewricht, beperkte beweeglijkheid.

  • Het gewricht tussen het sleutelbeen (clavicula) en de bovenzijde van het schouderblad (acromion). Acromioclaviculair gewricht (AC), beperkte beweeglijkheid.
  • Het glijvak (eigenlijk geen echt gewricht) tussen schouderblad (scapula) en borstkas (thorax). Scapulothoracaal.
  • Het gewricht tussen de kop van bovenarm (humeruskop) en de kom (glenoid). Glenohumeraal gewricht. De kom is een onderdeel van het schouderblad.

SpierenSchouder Spieren

Oppervlakkige spieren

  • Musculus Deltoideus (monnikskapspier). Een belangrijke heffer van de arm. Deze loopt van sleutelbeen/schouderblad naar de bovenarm.
  • Musculus Pectoralis Major (grote borstspier). Deze trekt de arm naar binnen en loopt van sleutelbeen en borstbeen naar de bovenarm.

Diepere Spieren (rotator cuff)

De rotator cuff is een groep spieren die vanaf het schouderblad naar de kop van de bovenarm lopen. Deze spieren hechten met hun pezen aan rondom de humeruskop.

De rotator cuff bestaat uit vier spieren:

  • Musculus Subscapularis. Aan de voorzijde van de humeruskop.
  • Musculus Supraspinatus. Bovenop de humeruskop.
  • Musculus Infraspinatus. Boven/achterzijde humeruskop.
  • Musculus Teres Minor. Achterzijde humeruskop.

De rotator cuff is belangrijk voor de draaibewegingen in de schouder. Ook speelt deze een grote rol bij het stabiliseren van de schouder. De rotator cuff zorgt ervoor dat andere spieren zoals bijvoorbeeld de Musculus Deltoideus hun werk goed kunnen uitvoeren.

Behandelingen

De afbeeldingen zijn afkomstig uit ‘Atlas of Human Anatomy and Surgery’ (1831 – 1854). Auteurs J.M. Bourgery& N.H. Jacob, Heruitgegeven door Taschen Verlag.

Hand & Pols

Het Hand- en Polsspreekuur

Het specifieke Hand- en Polsspreekuur is er voor het gehele scala van pols- en handafwijkingen en -klachten. Dit kunnen afwijkingen en klachten zijn die veroorzaakt worden door artrose (gewrichtsslijtage) of reuma, acute klachten na ongeval of sportletsel, aangeboren afwijkingen en diverse verworven aandoeningen zoals bijvoorbeeld de ziekte van Dupuytren, ‘trigger finger’, carpale-tunnelsyndroom etc. Op deze website staat een aantal veelvoorkomende aandoeningen en behandelingen beschreven. Hiernaast kunt u per aandoening en operatie meer informatie vinden. De lijst is zeker niet volledig, maar wordt regelmatig aangevuld. Op het Hand- en Polsspreekuur worden ook patiënten voor een ‘second opinion’ gezien.

Het spreekuur vindt plaats op Het Hand- en Polscentrum, waar een nauwe samenwerking bestaat met de aldaar aanwezige specialisten en handtherapeuten (fysiotherapeuten gespecialiseerd in de hand en pols). Tussen de handchirurgen, revalidatieartsen, reumatologen en handtherapeuten bestaat een laagdrempelig overleg over chirurgische behandeling en revalidatie. Regelmatig worden patiënten gezamenlijk gezien. De handtherapie vormt een essentieel onderdeel van de meeste chirurgische behandelingen.

Binnen 2 weken een afspraak

Patiënten kunnen binnen twee weken op het spreekuur terecht. Het spreekuur wordt gehouden op maandagochtend en donderdagochtend op Het Hand- en Polscentrum. Regelmatig wordt er een extra Hand- en Polsspreekuur ingelast op een dinsdag of woensdag op de polikliniek orthopedie.

Behandelingen

Operaties

Voet & enkel

Enkel _txt 2004001001001001De verbinding tussen voet en onderbeen is de enkel, met aan de buitenkant twee zichtbare knobbels. De knobbel aan de buitenzijde van het been (malleolus lateralis) is het onderste uiteinde van het kuitbeen. De knobbel aan de binnenzijde van het been (malleolus medialis) is het onderste uiteinde van het scheenbeen.

Bovenste spronggewricht

Het bovenste spronggewricht (articulatio talocruralis) zorgt voor de op- en neerbeweging van de voet. Hiermee kan de voet 20° omhoog worden getrokken (dorsaalflexie) en 30° naar beneden worden gestrekt (plantairflexie). Dit scharniergewricht verbindt het scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula) met het sprongbeen (talus). De onderste uiteinden van het scheenbeen en het kuitbeen vormen samen de enkelvork die het sprongbeen als het ware omvat.
Achilles
De kuitspier zorgt met de achillespees voor het strekken van de voet door het hielbeen (of calcaneus) omhoog te trekken. De musculus tibialis anterior zorgt voor het omhoogtrekken van de voet.

Onderste spronggewricht

Het onderste spronggewricht (articulatio talotarsalis) zorgt voor het kantelen van de voet. De voetzool kan hiermee 30° naar binnen worden gekanteld (inversie) en 20° naar buiten (eversie). Het onderste spronggewricht wordt gevormd door drie gewrichtsvlakken tussen het sprongbeen (talus), het hielbeen (calcaneus), en een voetwortelbeentje (naviculare).

De voet

De menselijke voet bestaat uit 28 afzonderlijke beenderen, 33 gewrichten, 107 ligamenten en 19 spieren en pezen. Hiermee kunnen de bijzonder ingewikkelde bewegingen gemaakt worden om te lopen. De menselijke voet valt te verdelen in drie gebieden:

  • de voorvoet bestaat uit vijf middenvoetsbeenderen en de tenen;
  • de middenvoet bestaat uit vier voetwortelbeenderen;
  • de achtervoet is draaipunt van de enkel en bestaat uit de twee grootste voetwortelbeenderen: het sprongbeen en het hielbeen.

Wanneer de grote teen de langste teen is wordt gesproken van Egyptische voet. Dit komt voor bij ongeveer 60% van de mensen. Bij 10% van de mensen is de tweede teen de langste teen, de zogenoemde Griekse voet. Al naar gelang de rechter- of linkervoet (en -been) bij voorkeur wordt gebruikt, spreekt men van rechts- of linksvoetigheid

De mens is het enige zoogdier dat permanent op twee voeten staat. Dit maakt de handen vrij voor andere functies dan voortbeweging. Schoeisel beschermt en ondersteunt de voet.

Als bij lichaamstaal gekeken wordt naar de betekenis van lichaamshouding, hebben de voeten ook een grote rol. De voeten zorgen voor stabiliteit en bepalen letterlijk hoe stevig we in onze schoenen staan.

Behandelingen